Geschiedenisles
mijn vriendje lijdt
aan het van Gogh
syndroom
ik kom nooit verder
dan zijn ene
oor
mijn vriendje lijdt
aan het van Gogh
syndroom
ik kom nooit verder
dan zijn ene
oor
vandaag wil ik de rest
van jou je ogen
lever en hart
lukt het nog lief
om naast me
te komen liggen
dan geef ik je
straks
je huid
hij plukt papier
tot vlokjes toendra
katoenplantages
op klein niveau
droomt de wereld
zonder ontbossing
met bomen van
metaal en steen
ziet zichzelf
los van aarde
gaat ondertussen
nergens heen
wil je met me spelevaren
dan tellen we wolkjes
tot sint-juttemis
zeilen tussen schaapjes
door en trekken
witte strepen
met een origami bootje
in de blauwe lucht
alles uitgesloten
om een ding
over te houden
diagnose
stof
je zit al paar dagen
met iets in je maag
bedoel je vervloekt me
soms dat ik gelijk aan je
zie wanneer er wat is
normaal vertel je het dan
nu niet
nu vertel je alleen
hoe gek je op me bent
altijd zei je voor altijd
maar als ik er naar vraag
val je stil
dan knaagt er wat
we reden langs de oude weg
waar ooit mijn huis eens had gestaan
was nu een kale vlakte
een graafmachine
markeerde ongeveer de plek
van wat de tuin moet zijn geweest
er liggen nog wat eikels daar
van vroeger toen ik jonger was
en stilletjes aan vraag ik me af
of ze toevallig zijn gevonden
ik wist niet dat de haat
zo diep geworteld zat
het kwaad al was gezet
je ogen bol geslagen
angst het zou je
schildklier kunnen zijn
toch je strot had je dan
allang verraden
iemand dacht anders
kennelijk
voorzag je daar
van een gebrek
aan het bloed
lag het niet